|
Margje Kuyper (1952) is geboren en getogen in de weidsheid van de polder van Heerhugowaard. Al vroeg vertrok zij naar Amsterdam om te studeren en te werken. Later vestigde ze zich voor lange tijd in Wijdewormer, daarna in Bakkum vanwaar ze na negen jaar naar Bergen verhuisde. Daar wonen zij en haar man, de schrijver Sjoerd Kuyper, sinds 1997. Hun kinderen Joost en Marianne zijn inmiddels het huis uit.
Margje Kuyper is in de vijfentwintig jaar dat zij schildert bij veel schilders in de leer geweest en heeft inmddels een respectabel oeuvre opgebouwd. Ze is lid van het Kunstenaarscentrum Bergen en haar werk is te huur of te koop bij de SBK, de kunstuitleen van Bergen. Zij exposeerde in talloze galeries in het land. Haar meest recente expositie was in Galerie Bel-Etage in Amsterdam. De pers schreef over haar: “Margje Kuyper is een intiem kunstenaar. [...] Het gaat bij haar niet om details, met het paletmes schraapt ze die soms weg, maar om het gevoel dat het landschap oproept. Die beleving wil ze overbrengen.”
|
|
 |
Tijdens de opening van haar meest recente expositie in Galerie Bel-Etage, sprak de schrijver Thomas Verbogt een feestrede uit:
"Graag denk ik aan de schilderijen, aan de landschappen van Margje Kuyper. Haar werk geeft ook voortdurend alle aanleiding er graag over te denken. Denkend aan de landschappen van Margje Kuyper zie ik geen brede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Nee, ik zie iets anders en dat andere ben ik de afgelopen jaren gaan leren zien. Margje Kuyper ken ik al heel lang. Ik ken haar al uit de tijd waarin ze niet of nauwelijks schilderde, maar achteraf gezien schilderde ze toen al, ook al waren er nog geen schilderijen. Dat merkte je onder meer aan hoe ze over poëzie sprak. Haar eerste schilderijen ken ik, ik weet niet eens meer van hoe lang geleden, maar die schilderijen heb ik onthouden. Ze hebben zich zacht in mijn herinneringen gevestigd. En ik heb ook gezien hoe Margje groeide in haar werk, hoe haar landschappen zich ontwikkelden. Jongstleden zaterdag was ik even in Bergen, de woonplaats van Margje en Sjoerd, en gelukkig ook een beetje de mijne, en toen zag ik een van Margjes schilderijen in de etalage van de biologische winkel staan. In die etalage staat al jaren een schilderij van Margje, niet altijd hetzelfde, maar telkens een nieuw. En altijd sta ik er even bij stil, bij het landschap van Margje, in het hart van het mooie en onverstoorbare dorpslandschap van Bergen. En vorige week drong pas goed tot me door dat ze in de loop van de jaren steeds meer is gaan weglaten uit de landschappen die haar fascineren. Dat zie je ook. Je ziet de afwezigheid van iets, van veel, en dat zie je niet alleen in wat er is overgebleven. Als je verhalen schrijft of een roman of toneel, wat ik allemaal doe, hoop je vaak dat wat je niet opschrijft méér zegt dan wat er staat. Misschien is dat wel het meeste werk. Je moet er met wat je wel opschrijft voor zorgen dat de lezer begrijpt wat er niet staat en dat wat je verzwegen hebt het avontuur is dat jij met je lezer aangaat en je lezer met jou. Zo schildert Margje ook, zo is ze in de loop van de afgelopen jaren gaan schilderen. Ze schildert bijna als een schrijver. Als een dichter. Daardoor ga je nadenken over wat je niet ziet. En je ziet heel veel niet. Je ziet bijvoorbeeld niet wat mensen in het landschap aanrichten. Je ziet geen rumoer. Je ziet geen lelijkheid. Je ziet niet wat de tijd met het landschap doet. En het mooie is... Ik merk dat ik het prettig vind dat te kunnen zeggen: en het mooie is. Want eindelijk valt het woord mooi. Dat wil ik ook zo graag zeggen over het werk van Margje Kuyper: het is mooi. Het lucht zo op dat te kunnen zeggen: het is mooi. Goed, en het mooie is dat we in de afwezigheid van de landschappen die we hier zien, zelf kunnen zijn. En deze week gebeurde er iets wonderlijks. Ik herlees mijn eigen werk zelden, behalve als ik eruit moet voorlezen. Maar ineens herinnerde ik me een verhaal dat ik nooit voorlees en dat ik bijna twintig jaar geleden schreef. Die herinnering overkwam me. Wat ik me herinnerde is een passage uit het verhaal Onvolledig landschap. Het is deze passage waarin een van de personages zegt:
Wij lopen hier. We vinden onszelf gelukkig. We wandelen, doelloos, en voelen ons tot rust komen. Misschien is dit alles. Ik bedoel: dit komt nooit meer terug. Alles wordt hierna minder. Onze levens vullen zich met schaduwen. Langzaam verdwalen we in die duisternis. Het enige dat we kunnen verlangen is dat de momenten die we nu meemaken, nooit meer voorbijgaan. Dat dit landschap onze wereld wordt. En onze tijd. Het is zinloos, ik weet het, maar toch moeten we dit verlangen.
Die woorden kwamen terug. En het kan niet anders dan dat ik toen al over een landschap van Margje schreef. Dat landschap was er toen niet of misschien ook wel, maar we kunnen het nu in ieder geval zien, hier ergens in deze ruimte. We kijken ernaar, horen ergens in de verte heel zacht het bijna stille lied van verlangen dat Margje haar schilderijen laat zingen en hopen op iets dat niet voorbijgaat, iets troostrijks. Wat het is laat zich niet zeggen, gelukkig niet, we hoeven de landschappen alleen maar binnen te gaan en te verdwijnen in de weergaloze intimiteit die er heerst.
Aldus Thomas Verbogt, zondag 10 februari 2008, in Galerie Bel-Etage te Amsterdam.
|